“Rich kids of Instagram” door Garmt van Soest, partner bij Treeway en oprichter van the Qurit Alliance, het Investeringsfonds voor ALS

Geen songtitel ditmaal, of het zou Good Charlottes “Lifestylles of the Rich and the Famous” moeten zijn. Kom, die ken je vast, met die mooie sneer naar OJ Simpson, There’s no such thing as 25-to-life, as long as you got the cash to pay for Cochrane. Nee, het is een Tumblr pagina. Rich Kids of Instagram verzamelt en toont foto’s die Rich Kids op Instagram hebben gezet. Aldus de titel van die plek (+1 als je de Denis Leary referentie zag). In ieder geval, het is een verzameling foto’s van extreme rijkdom die puberaal geetaleerd wordt. Een lunchrekening van vijf cijfers voor de komma met het onderschrift “Daddy’s credit card yay!”, een zestienjarige arm met vijf horloges van de categorie “modaal jaarinkomen”. Veel foto’s met een magnum Dom Perignon, al dan niet genoten in een privejet. Enfin, u begrijpt het idee.

Veel mensen moeten lachen om de absurdheid van dergelijke taferelen. Ik ben daarin geen uitzondering, maar wat zich bij mij ook manifesteert, is een lichte jaloezie, een pijnlijk verlangen van het genante soort, dat je niet hardop durft toe te geven. Een verlangen om net zo zinloos rijk te zijn als zij, dat zich uit in misgunnen en bekritiseren. Die rijke kinderen hebben het niet zelf verdiend, of die Ferrari zou mij veel beter staan. Hoe waar dat ook is (ik heb rood haar, die Ferrari is rood, ik denk, eh, toch?), het helpt niet. Dus bezoek je die site dan maar niet.

Ja, er is vast wel een Dalai Lama die vindt dat er een oefening inzit, in dat schurende gevoel, dat je zou moeten oefenen om het ze te gunnen, ofzo. Dat je blij moet zijn met hun geluk. Zoiets. Transformeer je jaloezie, ofzo, als je zo onvolwassen bent als ik om die emotie te ervaren. Mooie gedachte, maar toen ik die site een paar jaar terug vond, en na een paar lachbuien die schurende pijn voelde, dacht ik het wegrenexcuus:deze schuring leidt niet tot glans. Exit hier, dan maar geen heilige worden. Dus, de site al heel lang niet meer gezien.

Anyway.

Ik ging laatst de stad in, voor de tweede keer al in drie maanden, het moet niet gekker worden. Vriend Matthijs had mij op een nieuwe zaak gewezen waar een unieke collectie LPs te vinden is. We togen monter naar de desbetreffende uitspanning toe, ik met een curieuze gemoedstoestand die tegelijk grimmig verbeten en kinderlijk verwonderd was; de eerste vanwege de inspanning en concentratie die mijn onwillige arm vergtbij het besturen van mijn rolstoel, de tweede vanwege de overdonderende overdaad aan mooie dingen die je ziet in het straatbeeld als je een tijdje binnen hebt gezeten. Stadsbussen, rokjesmevrouwen, een lachend kind, alweer een compleet nieuw kruispunt waar vorige keer een rotonde was, et cetera. We arriveren tenslotte bij waar het deze trip om te doen was, i.e. de platenwinkel!

Waar ik dus niet inkom. De eigenaar voert een strikt pro-hipster, anti-exyup-met-ALS beleid, in de vorm van een twintig centimeter hoge drempel bij de entree. De hipster die de zaak beheert is te hip om zich er iets van aan te trekken, staat me niet eens te woord, en net op het moment dat ik me bedenk dat hier toch eens een wet voor zou moeten komen, realiseer ik me dat ik het soort mens geworden ben, dat vindt dat ‘er eens iets aan gedaan zou moeten worden’, en er dan nog een stukje over gaat schrijven ook. Ik word oud en mijn wereld klein, als ik over dit soort dingen zeur. Ah, die goede oude tijd, toen ik nog gewoon stress had om een boze klant of een procentpunt marge op mijn projectbudget.

Ik schud het van me af, de zon schijnt, Matthijs tilt de platenbakken naar buiten en laat ze een voor een zien, zodat ik met een knik of een neeschud kan aangeven wat we toch, hahaa!!, gaan kopen. Tijdens ons vrolijke platengeblader loopt ineens iemand de winkel binnen. Zomaar. Alsof het niets is. Gewoon, met een stap, zo over die drempel. Ineens, na jaren vergeten te zijn, plopt de tumblrpagina mijn hoofd binnen. Die man, die moeiteloze drempelspringer, hij is een Rich Kid of Instagram. En hij is niet alleen. Ik kijk om me heen en zie een meisje dat achteloos een stokbroodje eet. Ook een Rich Kid of Instagram. Een man die op een terras een biertje drinkt, ook een. Een jongen die fietst, ook. Het dringt langzaam tot me door. Vergeleken met mij is iedereen in deze stad een Rich Kid of Instagram, met hun protserig weelderige bewegingen en werkende lichamen. Ze weten niet wat voor rijkdom ze bezitten, ze strooien ermee, in mijn gezicht, ze lachen en praten, zich niet bewust van de rijkdom die ze gewoon zonder er iets voor te doen van mama en papa hebben gekregen. Dat besef, daar ben ik even stil van.

Hoe overleef je, ten midde van de Rich Kids of Instagram? Ingesloten door mensen die een formidabele rijkdom bezitten? Bedelen? Boos worden? Terugtrekken(1)?

Ah… die Dalai Hare Krishna. Ik snap het al. Als er bij mensen die doodziek zijn een verandering plaatsvindt, dat ze ineens heel warm of vredig of watdanook worden, dan is dat dus gewoon een overlevingsmechanisme. Als verbitterde mopperaar doe je het niet zo lekker tussen de Rich Kids of Instagram. Dus probeer ik het ze te gunnen, die rijkdom. Ik gun het lachende meisje haar ijsje, ik gun de vrolijke drempelspringer zijn beweging. Niet omdat ik een beter mens wil zijn, nee. Ik gun het ze uit zelfbehoud. En het valt verdomme ook niet te faken. De ene keer lukt het beter dan de andere keer. Ik gun die man zijn pilsje, ik geniet van zijn genot. Ik…. gun de Rich Kid die met mijn vrouw mag kitesurfen het genot van de zee, het gebruik van mijn spullen. Het is maar goed dat die jongen het toevallig wel verdiend heeft, want dit is best een pittige. Gelukkig zijn er ook simpeler vruchten te plukken: ik geniet van de schitterend stralende lach van Iris, als ze terugkomt van een dagje kitesurfen. Simpel is het niet. Ik kan de pijn die het me ook doet niet negeren.

Nu, een paar dagen later, zit ik dit te tikken, en pauzeer. Ik rijd een meter naar rechts, zie Iris op de grond liggen, omgeven door speelgoed, Zoe naast haar, staand met een hand aan de box. Het zonlicht stroomt over ze heen. Ik adem, en denk aan mijn leger verzorgers, en aan het maandsalaris dat Accenture gewoon doorbetaalt, me daarmee bevrijdt van kopzorg. Ik denk aan alle plekken die ik gezien heb, in India of Thailand of Cuba of Zuid Afrika. Zou je in een township ook thuiszorg krijgen, of een electrische rolstoel? Misschien wel, maar ik besef me maar al te fucking goed, ik ben een ontzettende Rich Kid of Instagram.

Voetnoot (1): Misschien zie je daarom zo weinig in het straatbeeld? Ongeveer 1-2% van de populatie zit permanent in een rolstoel; loop door Hoog Catharijne en je ziet duizenden mensen, en hoeveel rolstoelen? Juist.